Waarom zou je de Bijbelse feesten niet vieren? Een eerlijk gesprek
Je komt het regelmatig tegen: christenen die enthousiast raken over de Bijbelse feesten uit Leviticus 23. Maar net zo vaak hoor je bezwaren. Stevige bezwaren soms. Zoals:
- Die feesten waren voor Israël;
- Christus heeft ze vervuld;
- We moeten niet terug onder de wet;
Het zijn geen domme argumenten. Ze komen voort uit oprechte zorg voor het evangelie van genade. En toch blijft er bij veel gezinnen een gevoel hangen: mogen we dit verhaal dan gewoon naast ons neerleggen?
In dit artikel neem ik je mee door de vijf meest gehoorde bezwaren tegen het vieren van de Bijbelse feesten. Niet om iemand te overtuigen, maar om het gesprek eerlijk te voeren. Want misschien zitten er juist in de spanning tussen beide kanten waardevolle inzichten verscholen.
1. De feesten zijn gegeven aan Israël als volk
Het bezwaar
De Bijbelse feesten werden door God gegeven aan Israël na de uittocht uit Egypte. In Leviticus 23 worden ze steeds genoemd als “de feesten van de HEERE die u aan de Israëlieten moet afkondigen”. Ze horen bij het verbond dat God met Israël sloot bij de Sinaï. Als heidenchristen maak je geen deel uit van dat specifieke verbond en ben je daarom niet verplicht deze feesten te houden.
Mijn vraag
Dit argument is gebaseerd op Leviticus 23 vers 2. Maar als we alleen het eerste deel van dat vers benadrukken, kijken we dan niet het tweede deel over het hoofd? Israël was speciaal uitgekozen om Gods boodschap te ontvangen. Ze waren de enige tot wie God op deze manier met de aarde sprak. Maar betekent dat automatisch dat wij een deel van Gods verhaal moeten afwijzen?
De reactie die vaak volgt
“Je verwart betekenis met opdracht. Leviticus 23 vertelt inderdaad Gods verhaal voor de hele wereld, maar ‘leren van’ is iets anders dan ‘doen als gebod’. Israël was niet alleen boodschapper, maar ook drager van concrete voorschriften. Dat wij het verhaal niet afwijzen, betekent nog niet dat wij de vorm moeten overnemen. Het evangelie neemt de inhoud mee, maar laat de kalender los.”
Waar ik sta
Ik zou niet pleiten voor ‘de vorm overnemen’, maar voor het verhaal een eigen vorm geven. Achter een gebod zit het woord moeten. Achter liefde zit interesse. Doen helpt enorm in het leren.
Wat ik lastig vind, is dat we soms doen alsof vorm er niet meer toe doet zodra iets niet verplicht is. In de Bijbel gebruikt God juist concrete tijden en ritmes om Zijn verhaal te vertellen. Voor mij is het vieren geen wet, maar een manier om me bewust te verbinden met dat verhaal. Niet omdat het moet, maar omdat interesse ons drijft om te begrijpen wat God heeft laten zien.
2. Christus heeft de wet vervuld
Het bezwaar
Jezus heeft de wet en de profeten vervuld. De feesten waren schaduwen die vooruitwezen naar Christus. Nu Hij gekomen is, hebben die schaduwen hun functie verloren. Paulus schrijft dat voedselvoorschriften, sabbatten en feesten “een schaduw zijn van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus”. De schaduw hoeft niet meer onderhouden te worden nu de werkelijkheid er is.
Mijn vraag
De feesten vertellen Gods verhaal: verleden, heden en toekomst. De schaduw wijst inderdaad op Christus, maar omvat ook hoe wij moeten staan tegenover God. Alsof elementen als dankbaarheid, zelfreflectie, rust, heiliging, verbondenheid ervaren, vreugde van Gods woord vieren en studeren in Gods woord vervuld en overbodig zouden kunnen zijn. God vond het belangrijker dat deze thema’s op de jaarlijkse kalender stonden. Lijkt het ons niet gevaarlijk dat zomaar te schrappen?
De reactie die vaak volgt
“Je vermengt geestelijke waarden met rituelen. Dankbaarheid, zelfreflectie, rust en vreugde zijn absoluut kernwaarden van het christelijk leven, maar die zijn niet vastgemaakt aan specifieke tijden of vormen. De feesten zijn één manier waarop Israël dit leefde, maar Christus heeft deze waarden losgemaakt van kalender en ritueel. De schaduw is niet fout, maar ook niet meer nodig.”
Waar ik sta
In het kruis is alles vervuld, maar niet afgedaan. Dat is voor mij het verschil.
Nu doen we met ons denken dat alles wat vervuld is ook afgedaan is, een beetje dommig over al deze wetten. We behandelen de Torah alsof het overbodig geworden instructies zijn. Maar ze zijn stuk voor stuk geniaal. De offerdienst, de feesten, de Torah komen voort uit een geniaal brein. We begrijpen ze vaak niet op het eerste gezicht, maar als je ze bestudeerd, zie je dat ze heel relevant zijn voor vandaag de dag.
Neem het dankoffer. Ik ben niet in staat om God een offer te geven dat volmaakt is, zoals Christus dat voor mij gaf. Maar wil dat zeggen dat een dankoffer vandaag de dag niet meer relevant is? Het is dan misschien in een andere vorm, maar van mij wordt nog steeds dankbaarheid verwacht. Dat kan Christus aan het kruis niet voor mij doen. En Hij kan God verzoenen, maar het Nieuwe Testament zegt ook “laat u met God verzoenen”. Dat wil zeggen dat er vanuit mij een verzoenende houding moet zijn.
Vervuld betekent niet dat iets zijn waarde verliest, maar juist dat het nu pas volledig te begrijpen is. Het ritueel was nooit een doel op zich, maar een middel om de Onbevattelijke en Zijn wegen te leren kennen. We leven uit genade, niet uit wet. Maar die genade maakt Gods wijsheid in de Torah niet overbodig. Integendeel, nu pas kunnen we haar echt waarderen.
3. Het Nieuwe Testament gebiedt christenen niet om feesten te vieren
Het bezwaar
In het Nieuwe Testament vinden we geen expliciet gebod aan niet-Joodse gelovigen om de Bijbelse feesten te houden. Tijdens het apostelconcilie in Handelingen 15 worden heidenchristenen slechts enkele basisregels opgelegd en geen feestkalender. Dit wordt vaak gezien als bewijs dat het vieren van de feesten geen onderdeel is van het christelijk leven.
Mijn vraag
Bijna elk hoofdstuk uit het boek Johannes draait rondom een Bijbels feest. Inclusief Chanoeka. Jezus was een Jood, hield de Torah en leefde volgens de Joodse traditie. Idem voor Zijn discipelen, de vrouwen, Paulus. Alles ademde de kalender van God uit Leviticus 23.
De reactie die vaak volgt
“Descriptief is niet normatief. Dat Jezus en Zijn discipelen de feesten vierden, is logisch omdat zij Joods leefden onder de wet. Maar dat betekent niet dat dit bedoeld is als voorbeeld voor heidenchristenen. Handelingen laat juist zien dat de apostelen bewust niet deze levenswijze opleggen aan de volken.”
Waar ik sta
Klopt, niet alles wat Jezus deed is automatisch een opdracht. Tegelijk laat het Nieuwe Testament wel zien in welke wereld en welk ritme Jezus Zijn onderwijs gaf. Dat helpt mij om Zijn woorden beter te begrijpen.
We komen voort uit het jodendom. Daar zit drieënhalf duizend jaar diepe wijsheid in. Het christendom heeft die wortels verworpen, en ik zie met leedwezen aan wat we daarmee verloren hebben. Ik zeg niet dat heidenchristenen Joods moeten leven, maar ik vind het waardevol om te ontdekken vanuit welke kalender Jezus sprak en handelde. Dat verdiept mijn geloof, zonder dat het normatief wordt.
We hoeven niet Joods te zijn of Joods te worden. Maar we mogen wel leren van de wijsheid die God door de eeuwen heen aan Israël heeft gegeven.
4. Vrijheid in Christus
Het bezwaar
Paulus benadrukt dat gelovigen niet opnieuw onder een juk van regels moeten worden gebracht. Feesten vieren kan worden gezien als een terugkeer naar de wet. Vanuit deze visie is het vieren van vaste tijden zelfs gevaarlijk als het leidt tot verplichting of tot het idee dat het nodig is voor redding.
Mijn vraag
Het Joodse denken kan inderdaad wettisch zijn en ademt niet altijd de ontspannen houding van Jezus. Dus zeker niet terugkeren naar wetticisme. Maar jammer dat we zo snel schieten in extremen en we niet een gezonde middenweg kunnen vinden. Het is alsof je verliefd bent op een meisje en zegt dat je haar verleden, haar hobby’s en studie niet interessant vindt. Zo heeft God een verhaal, hoe zouden we dat nou niet interessant kunnen vinden?
De reactie die vaak volgt
“Die ‘gezonde middenweg’ blijkt in de praktijk vaak niet zo gezond. Er ontstaan snel verwachtingen, groepsdruk of spirituele hiërarchie: wie de feesten viert begrijpt God beter. Daarom is elk herintroduceren van vaste tijden een risico voor het evangelie van genade alleen.”
Waar ik sta
Eens. En dat risico neem ik serieus. Zodra het wettisch wordt, gaat het mis.
Maar de prijs van extreme voorzichtigheid is wel dat hele delen van de Bijbel in de prullenbak verdwijnen omdat rituelen en cultuur zijn vervuld. Of eigenlijk: afgedaan. Een mens is een ritueel dier, daar is op zich niets mis mee. Het verhaal is Gods verhaal, een betere is er niet. Maar het heeft rituelen nodig die passend zijn bij onze cultuur. Dat hebben we ook wel gedaan, maar daarin zitten nu wel verkeerde invloeden en het is niet compleet.
Vrijheid betekent voor mij dat ik iets mag doen uit liefde, niet uit angst of plicht. We leven uit genade, absoluut. Maar die genade geeft me juist de vrijheid om te leren van de wijsheid die God aan Israël gaf, zonder dat ik onder de wet kom. Het antwoord op misbruik is voor mij niet leegte, maar een gezonde, ontspannen omgang met vormen die ons helpen Christus te volgen.
5. Vervanging door christelijke feesten
Het bezwaar
Historisch gezien heeft de kerk eigen feesten ontwikkeld, zoals Pasen en Pinksteren, los van de Joodse kalender. Deze worden gezien als geestelijke voortzetting in een nieuwe vorm, passend bij de kerk uit de volken.
Mijn vraag
Klopt. Maar die eigen feesten zitten boordevol heidendom en daar liggen dubieuze en helaas ook antisemitische beweegredenen aan ten grondslag.
De reactie die vaak volgt
“Er zijn fouten en zonde geweest in de kerkgeschiedenis, maar misbruik maakt niet automatisch het huidige gebruik ongeldig. Pasen en Pinksteren stellen Christus centraal en het evangelie kwam juist los van etnische en culturele vormen.”
Waar ik sta
Mijn zorg zit niet in Christus centraal stellen, maar in het verlies van het Bijbelse kader waaruit die feesten zijn ontstaan. Ik wil niets afpakken, maar juist toevoegen. Door de Bijbelse feesten te leren kennen, ga ik Pasen en Pinksteren juist dieper verstaan, niet minder.
Ik verwerp de vervangingstheologie. De kerk heeft Israël niet vervangen. We zijn ingeplant in de olijfboom, zoals Paulus zegt in Romeinen 11. Dat betekent dat we mogen leren van de wortel waar we aan vastzitten. Niet omdat we Joods moeten worden, maar omdat we erkentelijk mogen zijn voor het verhaal waaruit we voortgekomen zijn.
Waar het werkelijk om draait
Onder alles ligt een fundamenteel verschil in hoe we Gods verhaal lezen.
Veel christenen denken vanuit discontinuïteit:
God werkt in duidelijk gescheiden fasen. Wat bij een eerdere fase hoorde, hoort nu niet meer bij de nieuwe. Er zijn duidelijke breuklijnen: Israël en de kerk, wet en genade, oud verbond en nieuw verbond, schaduw en vervulling.
De Bijbelse feesten worden dan gezien als onderdeel van een afgesloten periode. Die periode wees vooruit naar Christus, maar zodra Hij gekomen is, is die fase afgerond. Wat overblijft is de boodschap, niet de vorm.
Ik denk vanuit continuïteit:
God vertelt één verhaal. Eén plan dat zich ontvouwt. Daarin zijn er wel veranderingen, maar geen breuken. Israël is niet vervangen, maar uitgebreid met de volken. De wet is niet afgeschaft, maar vervuld en daardoor juist verdiept. De feesten zijn niet vervallen, maar vervuld en daardoor rijker geworden.
In dit denken blijft vorm betekenis dragen. Niet als verplichting, maar als taal. God gebruikt tijden, symbolen en ritmes om Zichzelf te openbaren. En die taal blijft verstaanbaar, ook na Christus.
Het echte verschil zit hier:
Discontinuïteit vraagt: is dit nog geldig? Continuïteit vraagt: wat laat dit zien over God en Christus?
Discontinuïteit zegt: de schaduw is voorbij, we hebben het licht. Continuïteit zegt: nu we het licht kennen, begrijpen we de schaduw pas echt.
Waar ik sta
Ik ben opgegroeid met liefde voor Israël. Mijn opa was Joods, en dat heeft mijn hart getekend. Ik geloof dat God nog een eigen weg te gaan heeft met Israël. Het Joodse volk is niet vervangen door de kerk. Gods verbond met Abraham is eeuwig. We hebben dat te lang genegeerd, met verwoestende gevolgen.
Tegelijk ben ik geen Jood. Ik ben een heidenchristen die mag leven uit genade. Maar die genade verbindt me met een verhaal dat veel ouder en wijzer is dan ik. Een verhaal van drieënhalf duizend jaar waarin God Zichzelf openbaarde aan Israël.
In het kruis is alles vervuld, maar niet afgedaan. Dat is mijn kernovertuiging.
De offerdienst, de feesten, de Torah komen voort uit een geniaal brein. Ze zijn prachtig. Stuk voor stuk geniaal bedacht. En nu Christus gekomen is, kunnen we ze pas echt begrijpen. We hoeven ze niet te volgen als wet, maar we mogen ervan leren als wijsheid. We mogen ontdekken hoe relevant ze zijn voor vandaag de dag.
Kan dit naast elkaar bestaan?
Beide manieren van denken zijn niet onbijbels. Discontinuïteit heeft diepe wortels in bepaalde tradities en waarschuwt terecht tegen wetticisme. Continuïteit sluit aan bij Jezus’ woorden dat Hij niet kwam om af te schaffen, bij Paulus die spreekt over ingeplant zijn, bij de Bijbel als één doorlopend verhaal.
Daarom loopt dit gesprek nooit uit op een simpele conclusie. Het raakt aan hoe je God ziet, hoe je tijd ziet, en hoe je gelooft dat God mensen vormt.
En precies daar mogen verschillende accenten bestaan, zolang Christus het midden blijft.
Voor ons gezin geldt:
We vieren de Bijbelse feesten niet omdat het moet, maar omdat het ons helpt Gods verhaal te begrijpen en te beleven. We leven uit genade, niet uit wet. We worden geen Joden, maar we eren onze Joodse wortels. We leggen dit niemand op. We respecteren gezinnen die een andere keuze maken. En we blijven het gesprek voeren, met open handen en een luisterend hart.
Want uiteindelijk gaat het niet om gelijk krijgen, maar om samen Gods grootheid te ontdekken. Om te leren van de wijsheid die Hij door de eeuwen heen heeft geopenbaard. Om Christus beter te kennen door het verhaal te begrijpen dat naar Hem toe leidde.
In het kruis is alles vervuld. En daarom kunnen we nu pas echt zien hoe wonderlijk Gods verhaal in elkaar zit. Hoe geniaal elke wet bedacht is. Hoe diep elke instructie reikt. Hoe relevant elk feest vandaag de dag nog is.
Niet als plicht, maar als geschenk. Niet als wet, maar als wijsheid. Niet omdat het moet, maar omdat het mag.