Escape room: DE CODE VAN MOZES

Speelduur: 40 tot 50 minuten
Spelers: Heel het gezin
Leeftijd: 8 tot 12 jaar (met hulp van ouders)

1.1.1.1         HET VERHAAL

Vanavond vieren jullie Pesach. Maar er is een probleem: de Farao heeft ontdekt dat de Israëlieten willen vertrekken. Hij heeft alle uitgangsdeuren van Egypte verzegeld met een geheime code van zes cijfers.

Mozes heeft jullie een boodschap gestuurd: hij heeft zes opdrachten verstopt in huis. Elke opdracht levert één cijfer op. Samen vormen ze de code waarmee jullie de deur kunnen openen en Egypte verlaten.

Maar let op: over precies 45 minuten komt de Farao terug. Lukt het jullie op tijd?

Jullie doel: Verzamel alle zes de cijfers, kraak de code en ontsnap naar de vrijheid.

1.1.1.2         VOORBEREIDING VOOR OUDERS (20 minuten)

Wat heb je nodig?

Basis:

Specifiek per opdracht:

1.1.1.3         START: DE KLOK TIKT

Verzamel iedereen bij de keukentafel. Leg envelop 1 in het midden. Zeg:

“Luister goed. Over minder dan een uur komt de Farao terug om jullie gevangen te nemen. Mozes heeft ons hulp gestuurd, maar zijn boodschappen zijn verborgen. Hier is de eerste envelop. Lees hem samen, werk snel en werk slim. Jullie hebben elkaar nodig. Klaar? START DE TIMER!”

Start nu de timer op 45 minuten. Geef envelop 1.

1.1.1.4         OPDRACHT 1: DE BRANDENDE BRAAMSTRUIK

In envelop 1 zit:

Wat heeft papa/mama van tevoren gedaan?
Met citroensap is op het witte papier geschreven:

“God riep Mozes bij de brandende braamstruik. Zoek in jullie huis de plek waar het heet wordt en waar vuur brandt. Daar ligt de volgende aanwijzing. Maar first: trek het getal af. Hoeveel letters heeft BRAAMSTRUIK? Min 3. Dat is cijfer nummer 1 van de code.”

Wat moeten de kinderen doen?

  1. Bedenken hoe ze de onzichtbare tekst kunnen lezen (föhn erboven houden!)
  2. Het woord BRAAMSTRUIK tellen = 11 letters
  3. 11 – 3 = 8 (dit is cijfer 1 van de code!)
  4. Schrijf het cijfer 8 in het eerste vakje van het deurslot-vel
  5. Zoeken bij de kachel, oven of een plek met kaarsen → daar ligt envelop 2

Moeilijkheidsgraad: Makkelijk als startpuzzel. Kinderen leren het citroensap-principe.

1.1.1.5         OPDRACHT 2: DE PLAGENZOEKER

In envelop 2 zit:

HIER NOG KAARTJES VOOR MAKEN

Wat heeft papa/mama van tevoren gedaan?
Verstop 10 kleine voorwerpen in huis die de plagen symboliseren:

  1. Glas water (bloed)
  2. Speelgoedkikker of plaatje
  3. Muggenspray of plaatje mug
  4. Speelgoedvlieg of plaatje
  5. Speelgoed koe of plaatje (VEEPEST = 7 letters!)
  6. Pleister (zweren)
  7. IJsblokje in zakje (hagel)
  8. Speelgoedsprinkhaan of plaatje
  9. Zonnebril (duisternis)
  10. Wit laken of engeltje (dood eerstgeborenen)

Wat moeten de kinderen doen?

  1. Door het huis rennen en alle 10 voorwerpen vinden
  2. Ze op volgorde leggen (dit vereist Bijbelkennis of goed samenwerken!)
  3. Plaag nummer 5 = VEEPEST = 7 letters
  4. Cijfer 2 van de code = 7
  5. Op het laatst gevonden voorwerp (of eronder) zit een briefje: “Ga naar de plek waar jullie elke dag eten. Daar ligt envelop 3.”

Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld. Vereist samenwerken, zoeken én Bijbelkennis.

1.1.1.6         OPDRACHT 3: DE VIER BEKERS VAN PESACH

In envelop 3 zit:

Wat moeten de kinderen doen?

  1. Vier bekers zoeken in huis
  2. Begrijpen dat het om de volgorde uit Exodus 6:6-7 gaat (ouders kunnen helpen)
  3. De goede volgorde: UITLEIDEN – VERLOSSEN – BEVRIJDEN – AANNEMEN
  4. Beker 3 = BEVRIJDEN
  5. Medeklinkers tellen: B-V-R-IJ-D-N = 5 medeklinkers
  6. Cijfer 3 van de code = 5
  7. Onder de laatste beker ligt een opgerold briefje (met citroensap geschreven!): “Zoek waar het bitter is.”

Wat moeten de kinderen nu doen? Het briefje weer verwarmen met de föhn. Dan staat er:

“Tijdens Pesach eten we bittere kruiden. Zij herinneren aan het bittere leven in Egypte. Vind drie bittere dingen in de keuken. Daarbij ligt envelop 4.”

Moeilijkheidsgraad: Pittig. Vereist tellen, lezen én logisch nadenken.

1.1.1.7         OPDRACHT 4: HET BITTERE LEVEN

In envelop 4 zit:

De drie raadsels:

  1. “Ik ben bruin en zoet, maar herinner aan cement. Wat ben ik?” (Charoset)
  2. “Ik ben groen en word gedoopt in tranen. Wat ben ik?” (Peterselie)
  3. “Ik ben wit en rond, herinner aan nieuw leven. Wat ben ik?” (Ei)

Wat moeten de kinderen doen?

  1. De raadsels oplossen (mag met hulp van ouders)
  2. De antwoorden hebben elk een aantal letters:
    • Charoset = 8 letters
    • Peterselie = 10 letters
    • Ei = 2 letters
  3. Wacht… dat klopt niet voor een cijfercode. AANPASSING:

Betere versie van de raadsels:

NOG BETERE VERSIE: In de envelop zit een foto van een Sederbord. Op de foto staan kleine nummertjes bij elk element (niet te duidelijk, ze moeten zoeken). De som van de drie nummers bij de bittere kruiden, het ei en de peterselie is het cijfer.

Bijvoorbeeld:

Cijfer 4 van de code = 4

Onder aan het vel staat: “Zoek naar het licht. Daar ligt het vervolg.”

Bij een lamp of raam ligt envelop 5.

Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld tot pittig. Vereist goed kijken en optellen.

1.1.1.8         OPDRACHT 5: MA NISHTANA (DE VIER VRAGEN)

In envelop 5 zit:

De puzzel: Op het papier staan vier incomplete zinnen. De ontbrekende woorden zijn verstopt in een woordzoeker of moeten worden afgeleid uit een code.

Voorbeeld:

De code: De eerste letter van elk antwoord vormt samen een woord: B-T-B-L. Dit is geen Nederlands woord, dus aanpassing nodig.

BETERE VERSIE: De vier antwoorden hebben een verborgen cijfer:

De opdracht: “Tel alleen de getallen die kleiner zijn dan 5.” = 2 Of: “Neem het kleinste getal.” = 2

Cijfer 5 van de code = 2

Op de achterkant van het papier (met citroensap!): “Jullie zijn er bijna. Eén opdracht rest nog. Ga naar de plek waar jullie slapen.”

Bij een bed ligt envelop 6.

Moeilijkheidsgraad: Pittig. Vereist puzzelen, lezen én nadenken.

1.1.1.9         OPDRACHT 6: DE RODE ZEE

In envelop 6 zit:

Wat heeft papa/mama van tevoren gedaan? Een tekening gemaakt (of geprint) waarin tussen de golven een slingerend pad loopt. Langs het pad staan letters en cijfers: bijv. M-4-O-Z-1-E-S-3-R-O-D-E-Z-E-E

Als je alleen de cijfers volgt: 4, 1, 3. Het laatste cijfer = 3.

Cijfer 6 van de code = 3

Onderaan de tekening staat: “Jullie hebben alle cijfers! Ren naar de deur en vul de code in. Snel, de tijd dringt!”

1.1.1.10     FINALE: KRAAK DE CODE

De kinderen rennen naar het deurslot-vel. Ze vullen de zes cijfers in:

Voorbeeld code: 8 – 7 – 5 – 4 – 2 – 3

Als alle vakjes gevuld zijn, roept iedereen samen: “PESACH! WIJ ZIJN VRIJ!”

Op dat moment…

1.1.1.11     AFSLUITEND MOMENT (10 minuten)

Ga samen zitten. Vraag:

Voor kinderen:

Voor het gezin:

Sluit af met een kort gebed van dank voor bevrijding.

1.1.1.12     TIPS VOOR OUDERS

Voorbereiding:

Tijdens het spel:

Variaties:

Na afloop:

Verdieping: Dit spel raakt aan deze elementen van Pesach:

Gebruik het boek om na het spel deze elementen verder uit te diepen.